Zo circulair mogelijk vernieuwen met de kleinst mogelijke verstoring van de omgeving

Ymkje de Boer 19-06-2024
68 keer bekeken 0 reacties

Binnen het onderzoeksprogramma URBIQUAY (Urban Bridge and Quay Wall Innovations) dat NWO en de gemeente Amsterdam hebben opgestart in samenwerking met AMS Institute, worden vier projecten uitgevoerd. LogiQuay is er een van.

Ruben Vrijhoef, projectleider, verwacht er veel van. ‘Hoe kunnen we projecten in de uitvoering en logistiek zo slim mogelijk aanpakken wat betreft het verkeer, het materiaalgebruik en de impact op de omgeving? Als we dat in beeld hebben, kunnen toekomstige projecten beter plannen en voorbereiden, en weten we welke besluitvorming en contracten hiervoor met aannemers nodig zijn.’

Ruben Vrijhoef is onderzoeker aan de TUDelft op het gebied van bouwprocesinnovaties, ketensamenwerking, duurzame bouwlogistiek, productiviteitsverbetering en circulair bouwen. Ook is hij lector Building Future Cities bij Hogeschool Utrecht, met onder meer de missie om een impuls te geven aan de brede vernieuwing en verduurzaming van stedelijk bouwen. In het LogiQuay-project komt veel hiervan samen. ‘Ons project is een prima aanvulling op de andere URBIQUAY-projecten die gaan over de fases voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoering van de renovatie van kades en bruggen. Wij kijken juist naar die uitvoeringsfase. Het gaat hier om binnenstedelijke bouwprojecten die zo min mogelijk impact moeten hebben op het hele verkeerssysteem – over land en over water –, op milieu en klimaat én op de dagelijkse omgeving voor mensen die daar wonen en werken. Wij ontwikkelen kennis en instrumenten die door partijen als de gemeente en aannemers in de praktijk kunnen worden gebruikt om dit voor elkaar te krijgen.’

Verkeersstromen en materiaalstromen

Er zijn drie promovendi aan de slag en in het laatste jaar komt er nog een postdoc onderzoeker bij, vertelt Vrijhoef. ‘De eerste promovendus is nu een jaar bezig. Die pakt vooral het verkeersvraagstuk aan. We maken een digital twinvan het verkeer in de stad Amsterdam en voeren dan de data van de projecten in uitvoering in. Zo kunnen we zien welke impact die projecten hebben op dat verkeer. Het is in eerste instantie een theoretisch model, maar onze ambitie is dat het een praktisch instrument wordt waarmee planners straks hun voordeel kunnen doen. Zo houden we de stad bereikbaar en functioneel, ook tijdens die enorme klus van de vernieuwing van bruggen en kademuren. en alle andere bouwprojecten en vervoersstromen in de stad.’

De tweede promotieonderzoeker is ongeveer een half jaar geleden begonnen. ‘In dit deel van LogiQuay staan de materiaalstromen en hubs centraal. We kijken voorafgaand aan de renovatie van een object welke materialen er uit los zullen komen en wat het hergebruikpotentieel ervan is. Via een scan- en assessmentmethode kunnen we beoordelen wat de kwaliteit en de kwantiteit zal zijn en hoe haalbaar het is – ook financieel – om het te hergebruiken.’

Een wasmachine voor straatstenen

Bij het zo kostenefficiënt mogelijk inzetten van de vrijgekomen materialen maken de onderzoekers onderscheid in verschillend aggregatieniveaus. Vrijhoef: ‘Het kan zijn dat cement en klinkers moeten worden gebroken en vermalen in kleinere fracties die in productie van nieuwe bouwmaterialen hergebruikt kunnen worden. Maar soms kunnen vrijkomende stukken en materialen van bruggen en kademuren in hun geheel opnieuw worden ingezet – liefst op de plek zelf of op een andere locatie of voor een ander doeleinde. Denk aan hout, zand, stenen of zelfs staal. Die materialen kun je conserveren, tijdelijk wegzetten en vervolgens meenemen in het herontwerp van een object. De kunst is nu om de cyclus zo kort mogelijk te houden met zo min mogelijk transportbewegingen. Een aannemer experimenteert daar nu mee door straatwerk machinaal in verband op te pakken en te wassen en dan weer terug te leggen. Andere aannemers zijn al ver met hergebruik van beton en metselwerk. Elders wordt onderzoek gedaan door de gemeente met aannemers en experts naar de hernieuwde inzet van houten kespen – de verbindingsstukken die over funderingspalen liggen.’

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Lust- en lasthebbers

Als materialen niet direct op de plek zelf kunnen worden hergebruikt, worden ze tijdelijk opgeslagen op andere plekken in de omgeving. Daarvoor wordt nu door verschillende partijen geïnvesteerd in hubs, in het havengebied van Amsterdam en Zaanstad. ‘Daarbij buigen wij ons dan over de vraag hoe het transport dan zo efficiënt en duurzaam mogelijk kan. Als het fossiele voertuigen gaat, wil je zo min mogelijk uitstoot. Als het om uitstootvrije voertuigen gaat, wil je rekening houden met de beperkte actieradius en de beschikbaarheid ervan.’

Het derde deelproject is nog maar net gestart. ‘Dat gaat over de directe omgeving, oftewel de lust- en lasthebbers van projecten in uitvoering. We onderzoeken welke wensen belangen er bij hen leven en hoe je een integrale afweging kunt maken – met behulp van preference function modelling – in welk belang voorrang krijg. Stel dat een project in uitvoering een vaarweg blokkeert en er is een evenement op komst. Een uitkomst van de integrale afweging kan zijn dat een werk dan even stil komt te liggen tijdens dat evenement. Overigens raken de verschillende werkpakketten van de promotieonderzoekers elkaar hier ook. Al met al vormen de delen van LogiQuay tezamen een complexe puzzel. Alles is hier ‘multi’: multiprojecten, multistakeholders, multiplanning...’

Meedenken en -kijken

Er is ook een raakvlak met het vierde URBIQUAY-project. ‘Onze postdoc gaat in het laatste jaar kijken naar de meerwaarde van de uitkomsten van de andere drie werkpakketten en dan heb je het vooral over praktische inzichten en instrumenten, in combinatie met de maatschappelijke waarden die Amsterdam belangrijk vindt, zoals duurzaamheid, toegankelijkheid, de gezonde stad enzovoort. Overigens zien we die praktische meerwaarde nu al ontstaan. Doordat we werkwijzen en databases van de gemeenten en aannemers bestuderen, kunnen we al wat inzichten teruggeven. Bijvoorbeeld de vraag waar straatstenen op ‘strategische’ plekken kunnen worden opgeslagen om ze zo eenvoudig mogelijk weer te hergebruiken. Zou dat misschien ook op het water kunnen? Dat is een kleine, praktische denklijn die we nu met de stadslogistieke mensen van de gemeenten aan het uitwerken zijn. Zo zie je hoe een klein onderdeeltje uit iemands proefschrift op dit moment al tot een handige oplossing in de praktijk leidt. Het werkpakket van onze postdoc gaat trouwens ook over de vraag hoe je de inzichten kunt vertalen naar de besluitvorming en de contracten rond dit soort projecten. Wat moet daaraan veranderd worden in vergelijking met hoe het nu gaat? Daarnaast kijken we door de oogharen mee naar de economische ontwikkelagenda en verschillende investeringsagenda’s als het gaat om elementen als die scanmethodes, de ontwikkeling van hubs, de vaar- en voertuigen en ontwikkelingen rond de control tower.


In Logiquay (Adaptive Multi-Actor Multi-Modal Closed-Loop Planning and Logistics for Renewal and Renovation of Urban Bridges and Quay Walls) werken de volgende partijen samen: Technische Universiteti Delft, Universiteit Twente, TNO en Hogeschool van Amsterdam. Consortiumpartners zijn: Beens Groep incl. Count&Cooper, Aannemingsmaatschappij Van Gelder BV, H. van Steenwijk BV, Rutte Wegenbouw, Urban Mine, City Barging, Nebest BV en Gemeente Amsterdam.

Meer over Urbiquay


 

Afbeeldingen

Bekijk ook

Cookie-instellingen